| Informatieblad 024 Akten van indemniteit |
|
|
| woensdag 17 maart 2010 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Wat zijn akten van indemniteit?
Armenzorg was vóór de invoering van de verschillende armenwetten in de negentiende eeuw geen vanzelfsprekende zaak. Er waren nauwelijks sociale voorzieningen en wanneer bewoners van steden in armoede vervielen, kwamen de kosten voor het verzorgen van deze armen vaak voor rekening van het stadsbestuur en de plaatselijke diaconie. Uiteraard was dit een grote last voor de steden, met name wanneer er sprake was van een grote toestroom van (mogelijk) armlastigen. Om dit tegen te gaan vroegen steden aan nieuwkomers vaak een zogenaamde akte van indemniteit of borgbrief. In deze akte gaf de diaconie of het bestuur van de plaats van herkomst de garantie dat zij zorg zouden dragen voor de betreffende persoon indien hij of zij tot armoede zou vervallen. Zonder deze akte kregen mensen geen toestemming in de stad te gaan wonen. Welgestelden, seizoensarbeiders en militairen hoefden geen akten van indemniteit te overleggen. Vreemden, landlopers en bedelaars
De eerste vermelding van maatregelen tegen de toestroom van vreemden naar de stad Zutphen, staat in het Memoriën en Resolutieboek van 1595. Iedere vreemde moet zich binnen acht dagen melden bij het gericht. In 1600 wordt duidelijk gemaakt dat vreemden en bedelaars niet langer dan één nacht worden getolereerd. Gedurende de zeventiende eeuw worden de regels aangescherpt: ook aan Zutphenaren die onderdak verlenen aan vreemdelingen wordt boetes opgelegd. In de rubriek "Admissien en Permissien tot inwooninge alhier" vinden we een gering aantal verzoeken tot inwoning, waarvan slechts sporadisch iemand toestemming krijgt zich te vestigen. Meestal bezat diegene bewijs van zijn/haar afkomst uit Zutphen, of verklaarden zij geen beroep te doen op de armenzorg. Het kwam vaker voor dat een stad of diaconie geen akten van indemniteit wilden afgeven. Zo mocht de diaconie van Hall op last van het ambt Brummen in 1773 geen "guarantie" afgeven aan personen die naar elders vertrokken. Brummen had wel een zogenaamde armenjager aangesteld, waarvoor de magistraat in 1767 een instructie opstelde. De armenjager werd in veel steden aangesteld om de overlast door landlopers en bedelaars te beperken. In Brummen werd hij geïnstrueerd landlopers, schooiers en bedelaars uit het ambt te verdrijven "met matige belediging des lichaems". Voor de plaatsen Almen, Gorssel, Vorden en Warnsveld was één armenjager aangesteld. In het RAZ berusten alleen akten van indemniteit uit Almen. De akten door de jaren heenAan het einde van de achttiende eeuw vond er onder invloed van de Franse overheersing toenemende centralisatie van het bestuur plaats. Ook Zutphen moest toen akten van indemniteit gaan afgeven. Van 1789 tot 1812 vinden we gestructureerd akten van indemniteit van binnenkomende vreemdelingen. In Lochem was men al in 1765 begonnen met de administratie. Daar werden ook in ieder geval vanaf dat jaar akten van indemniteit afgegeven. In Zutphen zijn er geen afgegeven akten bewaard gebleven. In de negentiende eeuw nam de invloed van de centrale overheid alleen maar toe. In 1803 werd er een reglement afgegeven door het Departementaal Bestuur van Gelderland waarin werd vastgesteld waaraan een akte van indemniteit moest voldoen. Enkele bepalingen waren:
Dit reglement lijkt invloed te hebben gehad op manier waarop steden met de akten van indemniteit omgingen, in 1803 zien we in Almen, Lochem en Zutphen een duidelijke hernieuwde nauwkeurigheid in de administratie. Van lange duur was dit echter niet. In 1811 werd landelijk de zogenaamde Wet op het Domicilie van Onderstand ingevoerd. Deze wet bepaalde dat de geboortegemeente de onderstandsgemeente was, tenzij men naar een andere gemeente trok: deze werd dan na een jaar onderstandsgemeente. Een wet in 1818 verlengde deze periode tot vier jaar. De akten van indemniteit werden daarmee afgeschaft. Wat vindt u in de akten van indemniteit?In de akten staan in ieder geval de naam van de persoon die de akte heeft aangevraagd, de plaats van herkomst (soms is dit tevens de geboorteplaats) en de plaats van bestemming. Doordat de akten informatie bevatten over de verhuizing van personen, kunnen ze waardevol zijn voor onder meer genealogisch onderzoek. Aan de kerkelijke instantie die zich garant stelde voor de eventuele kosten uit de armenkas kan de geloofsovertuiging vaak worden afgeleid. In een enkel geval stelt een particulier zich garant voor de onkosten. Andere gegevens die men er regelmatig in kan vinden zijn de namen van de partner en eventuele kinderen, en in latere akten ook een geldigheidsbeperking. Het bestuur van de de ontvangende plaats noteerde meestal het jaartal van binnenkomst op de akte. Welke akten van indemniteit heeft het RAZ?
Valkuilen bij het onderzoek
Literatuur en websites
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||

