| Informatieblad 015 Heerlijkheden |
|
|
| woensdag 14 oktober 2009 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Wat zijn heerlijkheden?In het boek 'Heerlijkheden in Nederland' wordt een heerlijkheid beschreven als: "een conglomeraat van rechten en plichten die betrekking hebben op het bestuur van een bepaald territorium en die in particuliere handen zijn". Heerlijkheden zijn ontstaan in de Middeleeuwen en hebben in ieder geval bestaan tot het inwerking treden van de Grondwet in 1848, met uitzondering van de periode 1795-1814. Over het wel of niet bestaan van heerlijkheden na 1848 verschillen rechtshistorici van mening. Heerlijkheden zijn dus zelfstandige gebieden met eigen wetten, bestuurders en rechtspraak. De heer was in het gebied de belangrijkste persoon. Hij bezat de heerlijke rechten om in het gebied wetten uit te vaardigen, bestuurders te benoemen en belastingen te heffen. Ook steden konden eigenaar zijn van een heerlijkheid. Vooral in de zestiende tot achttiende eeuw kochten steden nabijgelegen heerlijkheden, om zo macht te krijgen over het omliggende platteland. Tot 1848 was jurisdictie verhandelbaar en konden heerlijkheden of heerlijke rechten worden verkocht, geveild of geschonken. Een heerlijkheid kon ook geërfd worden.
Bij een heerlijkheid hoorden veelal pachtvelden en een burcht/kasteel of landhuis. Niet alle landhuizen waren overigens in bezit van de heer. Ook hoefde de heer niet op zijn grondgebied te wonen. Als er geen uitoefenbare heerlijke rechten meer zijn, wordt de heerlijkheid opgeheven. Heerlijke rechtenAan iedere heerlijkheid waren rechten gekoppeld (zie de tabel hieronder). Deze rechten verschilden per heerlijkheid. Na de Bataafse omwenteling in 1795 werden de rechten afgeschaft die uitoefening van bestuursgezag inhielden. Hierdoor verviel het benoemingsrecht en mocht de heer geen bestuurders benoemen. In 1798 werden nog meer rechten afgeschaft: visrecht, jachtrecht en windrecht. Omdat de heren hierdoor inkomsten misliepen, werd er flink geklaagd over de afschaffing. In 1814 werden daarom de heerlijke rechten deels hersteld. De heerlijkheden werden zoveel mogelijk een afzonderlijke gemeente. De heer kreeg het recht om een schout (later burgermeester), gemeenteontvanger en gemeentesecretaris te benoemen. Ook kreeg hij benoemingsrecht voor lagere ambten (schoolmeester, gemeentebode, veldwachter). De jacht- en visrechten werden eveneens hersteld. Bij de grondwet van 1848 werden de heerlijke rechten die betrekking hadden op bestuursgezag definitief afgeschaft. Heerlijke rechten die vaak voorkomen zijn:
Heerlijkheden in de omgeving van ZutphenHeerlijkheid Verwolde De heerlijkheid Verwolde was ten tijde van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden één van de negen heerlijkheden in het Kwartier van Zutphen. Hoewel daarover enige discussie bestaan heeft, was Verwolde in ieder geval in de 17e en 18e eeuw een zogenaamde hoge heerlijkheid. De bezitter had daardoor de mogelijkheid misdaden voor zijn eigen rechtbank te berechten. Maar in de praktijk van het graafschap Zutphen was het 't Hof van Gelderland dat vonnis wees in lijfstraffelijke zaken. Alleen het gerechtelijk vooronderzoek en de uitvoering van het vonnis kwamen toe aan de bezitter van de hoge rechtspraak. Daarentegen werden in het oud-rechterlijk archief van Verwolde (1603-1810), dat berust in het Rijksarchief in de provincie Gelderland te Arnhem, geen stukken aangetroffen die betrekking hebben op de criminele jurisdictie van de heer van Verwolde. Het gericht van Verwolde bestond uit een richter die bijgestaan werd door twee keurnoten. Breuk- of boetezaken werden behandeld door een advocaat-fiscaal, een functie die vergelijkbaar is met die van de huidige officier van justitie. Tot de rechten die de heren van Verwolde uitoefenden behoorden: de benoeming van de advocaat-fiscaal, de richter, de onderrichter (vergelijkbaar met de functie van veldwachter) en de landschrijver of secretaris van het gerecht. Verder had hij het brouwrecht, het recht van geven van vrijgeleide en het gevangennemen van misdadigers, het recht van voordracht bij sommige benoemingen, het jachtrecht, het tiendrecht, het recht van verschrijving in de Ridderschap van het graafschap Zutphen, het collatierecht te Laren, de benoeming van koster, schoolmeester, gezworen ijker en peiler van de maten en gewichten. Aan het Huis Verwolde was een leenkamer verbonden. Omdat Verwolde zelf een leen van het Huis Keppel was, zijn de Verwoldese lenen te beschouwen als Keppelse achter-lenen. De heer van Verwolde had het recht van begeving van de vicarie (altaarstichting) van Maria Magdalena in de kerk van Lochem, alwaar hij ook een bank bezat. Tenslotte was de heer van Verwolde erfmarkerichter van de mark van Laren, Oolde en Verwolde (zie informatieblad 008 Marken). Heerlijkheid Kring van Dorth De Kring van Dorth was tot 1811 een hoge heerlijkheid waarin de heer van Dorth rechtspraak mocht uitoefenen. Evenals in Verwolde het geval was, mocht de heer rechtspreken in lijfstraffelijke zaken, maar werd dit in de praktijk overgelaten aan het Hof van Gelderland. De heerlijkheid bezat onder andere de volgende rechten: windrecht, recht van collatie, jachtrecht, recht op visserij, benoemingsrechten en tiendrecht. GeslachtsnamenIn Nederland was het gebruikelijk dat de eigenaar van een heerlijkheid de naam daarvan achter zijn geslachtsnaam voegde om aan te geven dat hij de heer was van de betreffende heerlijkheid. Deze toevoeging maakte geen deel uit van zijn wettelijke geslachtsnaam en is te beschouwen als een eigendomsaanduiding. De circulaire die de minister van justitie in 1858 rond liet gaan, dat in officiële stukken een naam van een heerlijkheid nooit als deel van een geslachtsnaam mocht worden opgenomen, werd in de praktijk vaak genegeerd. Aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand werd vaak de naam van de heerlijkheid ten onrechte als deel van de geslachtsnaam opgegeven en vervolgens door de ambtenaar ingeschreven. Aan deze onjuiste opgave kon de betrokkene geen rechten ontlenen. In de praktijk was de kans groot dat in latere akten de onjuiste naam werd overgenomen, net zolang tot een ambtenaar een onderzoek deed naar de naam. Er zijn dus voorbeelden te noemen van geslachtsnamen waaraan de naam van de heerlijkheid is toegevoegd zonder dat er sprake is geweest van een Koninklijk Besluit. Het stond mensen wel vrij om zich, zolang het geen officiële stukken betrof, te schrijven en ook te noemen met de naam van de heerlijkheid achter de geslachtsnaam.
Van, tot, in
Samengestelde namen Archieven van de heerlijkhedenIn de negentiende eeuw heeft de rijksoverheid de stukken die betrekking hebben op de rechtsprekende functie van de heer uit de heerlijkheidsarchieven gelicht en als aparte bestanden in de oud-rechtelijke archieven (ORA) ondergebracht. Veel van deze archieven zijn daarom nog bij provinciale archieven te vinden, zoals het Gelders Archief (GA) in Arnhem. Bij onderzoek naar de heerlijkheden moet er dus in twee archieven gekeken worden:
Valkuilen
Literatuur en websites
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||

