| Informatieblad 011 Kadaster |
|
|
| vrijdag 15 januari 2010 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Het RAZ beheert de gemeentelijke serie van gegevens van de kadastrale gemeenten Almen, Brummen, Gorssel, Hall, Kring van Dorth, Laren en Verwolde, Lochem, Vorden, Warnsveld en Zutphen voor de periode 1832-ca. 1990. De bronnen die bij het RAZ te vinden zijn, zijn dus niet identiek aan de gegevens van het Kadaster. Het Kadaster heeft veel meer. Voor de volledigheid wordt in deze informatiewijzer wel uitgelegd wat kadastrale archieven in het algemeen zijn. Wat zijn kadastrale archieven?Het Nederlands Kadaster trad in werking in het jaar 1832 en had tot doel het bezit en het gebruik van onroerende eigendommen vast te leggen om een rechtvaardige heffing van grondbelasting mogelijk te maken. De eerste aanzet voor de oprichting van het Kadaster vormde de inlijving van Nederland bij het Franse Keizerrijk in het jaar 1810, waarna de Franse belastingwetgeving ook in Nederland werd ingevoerd. De verzameling wetten en decreten die samen het zogenaamde Receuil Méthodique vormden, waren leidend bij de invoering van het Kadaster in Nederland. Vanaf 1811 is men in Nederland begonnen met het inmeten van percelen. Eerst werden de grenzen van alle kadastrale gemeenten vastgesteld, waarna vervolgens elke gemeente in secties werd verdeeld. Deze secties werden voorzien van een aanduiding in de vorm van een letter en een aanduiding die werd ontleend aan bijvoorbeeld een plaatsnaam, een veldnaam of een vooraanstaand object in de sectie. Binnen de secties werden vervolgens de kadastrale percelen ingemeten. De percelen werden in het kader van belastingheffing vervolgens geschat naar kwaliteit en soort. Het perceelnummer, het soort eigendom, de oppervlakte, de klassering der ongebouwde eigendommen, het belastbaar inkomen van de gebouwde eigendommen en de naam van de eigenaar werden per kadastrale gemeente vastgelegd in de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel (OAT). De perceelsnummers in de OAT verwijzen naar de oorspronkelijke kadastrale kaarten, minuutplans genaamd, die per kadastrale gemeenten en kadastrale sectie zijn ingericht. Omdat zowel de OAT als de minuutplans in principe onveranderbaar waren, werden tot 1844 mutaties vastgelegd in een Suppletoire Aanwijzende Tafel (SAT). De veranderingen ten aanzien van eigenaren en percelen werden ook bijgehouden in perceelsgewijze leggers, die ook wel kadastrale legger of kortweg legger wordt genoemd. Vanaf 1844 werden mutaties vastgelegd in het Register No. 71 en in de Algemene naamwijzer. In Register No. 71 werd een verband gelegd tussen een kadastraal perceel en de achtereenvolgende eigenaren. In de Algemene naamwijzer werd de koppeling tussen een persoonsnaam en een artikelnummer vastgelegd. Het Register No. 71 en de Algemene naamwijzer vormen samen met de OAT en de minuutplans de belangrijkste toegangen op de kadastrale leggers. Wat kunt u vinden in kadastrale archieven?Het Kadaster biedt inzicht in de eigendomssituatie van onroerende goederen. In de administratie staan de kadastrale percelen centraal. De belangrijkste gegevens die over een perceel worden vastgelegd, zijn het perceelnummer, het soort eigendom, de oppervlakte de klassering van ongebouwde eigendommen, het belastbaar inkomen van gebouwde eigendommen en de eigenaar. Bij een kadastraal onderzoek kunnen veranderingen ten aanzien van deze gegevens door de jaren heen worden gevolgd. Hoe kunt u zoeken in kadastrale archieven?Er zijn verschillende ingangen om een kadastraal onderzoek te starten. Hoe meer gegevens aan het begin van het onderzoek bekend zijn, hoe eenvoudiger het onderzoek over het algemeen zal verlopen. Het is aan te raden minimaal over één van de onderstaande gegevens te beschikken, bij voorkeur in relatie tot een jaartal of een tijdsperiode:
Een belangrijk hulpmiddel bij kadastraal onderzoek vormen de kadastrale atlassen die zijn uitgegeven door de Stichting Werkgroep Kadastrale Atlas Gelderland. Deze publicaties bevatten, naast een toelichting over de totstandkoming, het doel en de werkwijze van het Kadaster, reproducties van de minuutplans en een overzicht van de gegevens uit de OAT van de betreffende gemeente. De publicaties maken het mogelijk een kadastraal onderzoek te starten in het jaar 1832 en de daaropvolgende mutaties ten aanzien van een perceel te volgen. Met behulp van de publicaties van de Stichting Werkgroep Kadastrale Atlas Gelderland kan worden vastgesteld wie in het jaar 1832 eigenaar was van een bepaald perceel en onder welk artikelnummer deze persoon of instelling is opgenomen in de kadastrale legger. Via de eerste eigenaar kunnen vervolgens de veranderingen met betrekking tot een perceel worden gevolgd. De kadastrale leggers zijn voorzien van een kolommenstelsel waarin informatie over het perceel is ondergebracht. Om de veranderingen in de tijd te reconstrueren, is met name de informatie in de kolommen 16-19 belangrijk. In de kolommen 16 en 17 werd, uitgezonderd bij de eerste eigenaar, een verwijzing opgenomen naar vorige eigenaar. In de kolommen 18 en 19 werd een verwijzing opgenomen naar de volgende eigenaar. Welke kadastrale archieven heeft het RAZ?Het RAZ beheert de gemeentelijke series van de kadastrale archieven van Almen, Brummen, Gorssel, Hall, Kring van Dorth, Laren en Verwolde, Lochem, Vorden, Warnsveld en Zutphen voor de periode 1832-ca. 1990. Deze archieven zijn in enkele gevallen niet in hun geheel bij het RAZ aanwezig. Deze archieven bevatten voornamelijk registers. Van enkele gemeenten zijn ook minuutplans en andere kaarten aanwezig. Uw onderzoek zal dus voornamelijk tekstuele gegevens opleveren en géén kaartmateriaal.
Kadastrale tekeningen bij het RAZDe kadastrale kaarten behoren tot de administratie van het Kadaster en niet tot de gemeentelijke administratie. Hierdoor beschikt het RAZ over weinig kaartmateriaal. De tekeningen die het RAZ wel heeft zijn veelal werktekeningen. In de loop van de tijd worden deze exemplaren gedigitaliseerd en aangeboden via de website. De kaarten zijn nu niet beschikbaar voor onderzoek. De kadastrale kaarten van Warnsveld en Zutphen zijn beschikbaar via de website. De kaarten van de andere gemeenten kunt u raadplegen via de Kadastrale Atlas Gelderland. Wat is elders te vinden?De kadastrale archieven die door het RAZ worden beheerd, bestaan uit de kadastrale administraties die door de verschillende gemeenten zijn bijgehouden. Het Kadaster in Arnhem houdt tot op de dag van vandaag een complete administratie bij van alle kadastrale gemeenten binnen het eigen werkgebied. De historische archieven van het Kadaster in Arnhem zullen op termijn worden overgedragen aan het Gelders Archief in Arnhem. Met behulp van de zogenaamde Digilegger is het al wel mogelijk om onderzoek te doen in de archieven van het Kadaster. Deze Digilegger bestrijkt heel Nederland en is toegankelijk bij alle Regionaal Historische Centra / Archiefdiensten in de provinciehoofdsteden (bijvoorbeeld in Arnhem bij het Gelders Archief en in Zwolle bij het Historisch Centrum Overijssel). Via de website http://www.watwaswaar.nl/ zijn veel kadastrale kaarten online te raadplegen. Dit zijn niet alleen minuutplans. Ook kaarten van na 1832 zijn gedigitaliseerd. Welke andere bronnen zijn er?Het Kadaster geeft inzicht in de eigendomssituatie ten aanzien van onroerend goed. Door de opzet van de kadastrale administratie is moeilijk te herleiden wanneer zich wijzigingen in deze situatie hebben voorgedaan. Het is daarom altijd raadzaam het kadastraal onderzoek te combineren met een onderzoek in notariële archieven. Kadastraal onderzoek biedt eveneens geen inzicht in de daadwerkelijke bewoners of gebruikers van een pand. Om dit vast te stellen, moet een kadastraal onderzoek worden gecombineerd met een onderzoek in het Bevolkingsregister van de corresponderende burgerlijke gemeente. Gegevens voor 1832Het is lastig om gegevens over een pand te vinden die ouder zijn dan de kadastrale gegevens. Twee belangrijke bronnen die informatie kunnen geven zijn transportakten en verpondingen.
Oud-rechterlijke archieven
Verpondingen Enkele afkortingen en begrippenIn de registers komen diverse afkortingen voor. Dit kunnen afkortingen zijn die een ambtenaar zelf heeft bedacht. Hierdoor is niet van alle aantekeningen te achterhalen wat de ambtenaar er mee bedoelde. Enkele termen en afkorting komen regelmatig voor:
Valkuilen bij het onderzoek
Literatuur en websites
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||

