home
Informatieblad 005 Burgerboeken Deze pagina afdrukken E-mail deze pagina
maandag 07 juni 2010

Wat zijn burgerboeken?

In de burgerboeken, elders ook poorterboeken genoemd, schreef de ambtenaar de namen van de mensen die burger waren geworden. Burgers waren de inwoners die deelden in de voorrechten die hun stad had gekregen. Naast het betaalde bedrag en de datum van inschrijving vermeldde de ambtenaar soms ook het geloof, de geboorteplaats, het beroep, de herkomst of de namen van de kinderen.

Het burgerschap
Om burger te worden, moest je aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moest je financieel "vrij" zijn, mocht je niet ziek zijn en geen vijanden hebben. Daarnaast moest je ook nog de juiste godsdienst (gereformeerd of katholiek) belijden.

Burger werd je automatisch als je ouders burgers waren, door te trouwen met een burger(es) of door het burgerschap te kopen. Een gewild beroep of rijkdom waren voor de stad redenen om mensen het burgerschap te geven. Ook uit dankbaarheid voor een geleverde dienst kon de stad iemand het burgerrecht (gratis) verlenen.

De burgers in spé waren verplicht om een eed af te leggen waarin zij zworen trouw te zijn aan de heerser en stad en voor een bepaalde periode in de stad te blijven wonen. Het burgerschap verviel als een burger langer dan de vastgestelde periode uit de stad was. Tijdens de Republiek werden de meeste mensen ontpoorterd, omdat ze gelogen hadden over hun geloof of weer katholiek waren geworden.

Groot- en kleinburgerschap
In 1715 werd in Zutphen het burgerschap verdeeld in groot- en klein burgerschap. Voor het groot burgerschap betaalde men 247 guldens en 8 stuivers in 1715. In ruil hiervoor genoot de burger alle burgerrechten en privileges. Een kleinburgerschap kostte 47 guldens en 8 stuivers. Kleine burgers mochten geen ambt bekleden en hadden geen actief- en passief kiesrecht. Wel mochten ze lid worden van een gilde, stadswaren pachten en hadden ze vrijheid op tollen.

Tegenover de sociaal economische voordelen stonden verplichtingen. Zo moesten de burgers een bijdrage leveren aan de veiligheid van de stad, in de stad wonen en belasting betalen.

Eind achttiende eeuw kreeg het burgerschap minder betekenis. Vooral de opheffing van de gilden in 1798 speelde hierin een belangrijke rol. De laatste Zutphense inschrijving van een kleinburger was in 1817, de laatste vermelding van het grootburgerschap is van 1814. In Lochem zijn de laatste inschrijvingen in 1810 gedaan.

Welke burgerboeken heeft het RAZ?

Overzicht van de burgerboeken van Zutphen en Lochem:

 Plaats   Beschrijving  Periode  Website   Index   Archief en inv. nr. 
 Lochem  Burgerboek  1712-1778    *    1.001-243
 Lochem  Burgerboek  1776-1810  *    1.001-244
 Lochem  Lijst van burgers  1706  *    1.001-246
 Zutphen  Burgerboek  1478-1630  *  in bewerking  1-841
 Zutphen  Burgerboek  1630-1690  *  in bewerking  1-842
 Zutphen  Burgerboek  1690-1715  *  *  1-843
 Zutphen    Burgerboek (klein burgerschap)    1715-1817   *  *  1-844
 Zutphen  Burgerboek (groot burgerschap)  1717-1814  *  *  1-845

Zoeken in burgerboeken

De inschrijving van de mensen die het burgerschap verkregen is op datum geregistreerd. De burgerboeken zijn gedigitaliseerd. U kunt door de boeken bladeren. Aan de scans wordt een index gekoppeld, waardoor u makkelijk op naam kunt zoeken in de voorouderdatabase. De database is in opbouw. 

Voor degene die het oud-schrift niet kan lezen, zijn transcripties van de boeken beschikbaar in de studiezaal.

Waar vind ik nog meer gegevens over burgers?

Naast de burgerboeken zijn er nog andere bronnen beschikbaar om te achterhalen of iemand burgerrechten had. Zo bestaan er lijsten met namen van burgers, zoals een Lochems wijkregister (zie hieronder). Ook werd in de resolutieboeken besluiten opgenomen over het aannemen van nieuwe burgers. Daarnaast zijn in de stadsrekeningen soms posten te vinden over de ontvangsten in verband met verwerving of uitoefening van het burgerrecht. 

Wijkregister van Lochem
De vooroudersdatabase is aangevuld met de namen van de Lochemse burgers die worden genoemd in het Lochemse wijkregister uit 1725. Dit register bestaat uit naamlijsten van zes wijken, de zogenaamde rotten, waaruit Lochem bestond. De namenlijsten bevatten de namen van 176 burgers.

Op 21 februari 1725 besloot de magistraat van Lochem om de burgerij in de stad in te delen in zes wijken. De zes wijken waren het rot van de Molenstraat, de Bierstraat, de Smeestraat, de Agterstraat, de Walderstraat en de Markt.  Elke wijk telden ongeveer dertig burgers. Het besluit van het stadsbestuur hing waarschijnlijk samen met de verkiezingen van twaalf gemeensmannen voor het college van gemeenslieden, die op 22 februari 1725 plaatsvond. Dit college van gemeenslieden was een vertegenwoordigend lichaam van de burgerij dat de magistraat controleerde. In elke wijk kozen dertig stemgerechtigde burgers twee gemeenslieden die hen zouden vertegenwoordigen.

De resoluties van de magistraat bevatten een omschrijving van de wijkindeling in 1725. Onder het rot van de Markt, in het noorden van de stad, vielen onder andere "alle behuijsingen rontom de Markt". Onder het rot van de Smeestraat waren "de behuijsingen van de [Smee]strate ten wederzijden" ingedeeld en "alle die behuijsingen aen de oostzijde van Lochem gelegen, tot Jacob ter Scheggets huijs incluis". De volledige beschrijving van alle wijken vindt u in het memorie- en resolutieboek van het stadsbestuur van Lochem (oud-archief Lochem (archiefnummer 1.001), inventarisnummer 4, p. 48-50). Deze beschrijvingen zou u kunnen gebruiken bij uw onderzoek naar de woonplaats van uw voorouder. Met behulp van het minuutplan uit 1832 krijgt u een globaal idee waar de zes Lochemse wijken lagen.

Om het wijkregister van Lochem te bestuderen, heeft u twee mogelijkheden. U kunt door de naamlijsten bladeren via 'inzien van bronnen'. Maar u kunt ook op naam of wijk zoeken in de voorouderdatase (via de rubriek Burgerboeken). Als u alle burgers uit één wijk wilt selecteren, vult u in het veld 'Opmerkingen' de naam van één van de wijken in: Walderstraat, Markt, Molenstraat, Bierstraat, Smeestraat of Aghterstraat. 

Literatuur

  • W.E. Smelt,  "Iets over het Zutphensche Burgerrecht", Zutphensche Courant 25 september 1941.
  • Willy Heitling en Leo Lensen, "Burger van Zutphen zijn" in: Oud-Zutphen (Zutphen 1982) 34-37.
  • Pieter van Wissing (eindred.), Rob van Drie en Peter Wouters (red.), Geldersen gezocht. Gids voor stamboomonderzoek in Gelderland (Arnhem/Den Haag 1996).